De geschiedenis van
onze computer loop terug tot ver vóór onze tijdrekening.
De eerste computers (to compute) is het Engels voor rekenen) zo
zou je kunnen stellen, waren de telramen in het Midden-Oosten en China
van 300 0 BC.
In de 17e
eeuw maakte PASCAL BLAISE de eerste telmachine, de PASCALINE.
Deze was echter niet zeer betrouwbaar. LEIBNIZ verbeterde deze
tot een machine die niet alleen kon optellen, maar ook vermenigvuldigen,
delen en worteltrekken.
Rond 1800 gebruikte
JACQUARD ponskaarten (cf. afbeelding) om zijn weefgetouwen te
automatiseren.
Deze ponskaarten
werden later door BABBAGE toegepast voor het invoeren van
programmagegevens. Dit was dan ook een eerste vorm van een
gegevensdrager.
IBM paste het gebruik van ponskaarten nog
lange tijd toe als medium voor gegevensopslag.
Gele ponskaart die vroeger gebruikt
werd als inputmedium voor een
computer
In het begin van de
18e eeuw ontwierp CHARLES BABBAGE een computer: de
Analytical Engine. Het apparaat was opgebouwd uit 3 hoofdbestanddelen:
opslaan (store), besturen (control) en tellen (mill). De werking van
zijn machine lijkt hierdoor onlosmakelijk verbonden met die van de
huidige computers. Immers, de tegenwoordige computer plaatst data in
het geheugen, voert middels de processor rekenkundige functies uit, en
plaatst het resultaat terug in het geheugen. Helaas is zijn machine
nooit helemaal voltooid geweest.
Zeker niet te
verwaarlozen op het gebied van de logica is de invloed van GEORGE BOOLE
die bekend staat voor de naar hem genoemde Booleaanse algebra.
Het gehele binaire telsysteem dat de
computer gebruikt is gebaseerd op de algebra die BOOLE heeft
gedefinieerd.
Op het einde van de 19e
eeuw vond de Amerikaan HERMAN HOLLERITH een telmachine uit die gebruikt
werd bij volkstellingen en bij warenhuizen. Hij richtte een bedrijf op
dat na enkele fusies en overnames uiteindelijk aan de basis lag van IBM.
Zo ontstond in 1924 IBM, ofwel International Business Machines
Corporation.
top
De eerste digitale
computer werd vlak vóór de tweede wereldoorlog gebouwd. In 1939 werkte
IBM samen met JOHN ATANASOFF van de Harvard University aan een prototype
van een elektro-magnetische rekenmachine, die later (in 1947) bekend
werd als de HARVARD MARK 1. Deze machine was enorm: maar liefst 15
meter lang en 2,5 meter hoog, en ongeveer even breed. Dit apparaat kon
72 woorden opslaan en 3 optellingen per seconde maken. De berekeningen
werden
uitgevoerd door middel van elektrische relais, een soort schakelaars.
Aangezien dit mechanische en dus geen elektronische componenten waren
spreekt men hier niet van een echte computer. Grace Hopper die
de eerste computer bug (een geplette mot tussen 2 elektrische
panelen) ontdekte stond wereldwijd bekend voor haar werk met de MARK 1.
Grace gebruikte tijdens de tweede wereldoorlog de Mark 1 o.a. om de
hoeken te berekenen waarmee de Amerikaanse marine haar munitie moest
afschieten.
De eerste échte
computer daarentegen was de ENIAC (Electronic Numerical Integrator and
Calculator) die in 1946 werd voltooid (zie afbeelding).Hij was het
toenmalig snelheidsmonster van zijn tijd. De ENIAC was nog steeds een
kolossaal monster dat een hele kamer innam, maar hij was toch meer dan
duizend maal zo snel als zijn elektronische voorgangers. De ENIAC
bevatte 18 000 radiolampen en woog 30 ton.

De ENIAC
De vacuüm
elektronenbuizen, met de flipflop als de bekendste variant werden
gebruikt als werkgeheugen in de eerste generatie- computers. De taak
van de flipflop was eenvoudig: aan – of uitstaan, geheel volgens
het principe van het binaire telsysteem (vergelijk ook met de ponskaart:
een gaatje is een 1 en geen gaatje is een O). Zo kunnen vele flipflops
een werkgeheugen vormen, waarbij iedere buis een bit vertegenwoordigt.

De eerste 4 moederborden
VON NEUMANN,
bekend omwille van zijn onderzoek naar kernwapens tijdens de tweede
wereldoorlog, heeft ook
zijn bijdrage geleverd aan de computergeschiedenis. Tegenwoordig
werken alle computers volgens het principe dat door hem werd
gedefinieerd. Het opslaan van de programma-instructies en de te
verwerken gegevens in een geheugen bleek de doorbraak naar een snellere
en gemakkelijker te programmeren computer.
De VON NEUMANN,
De Tweede Wereld
Oorlog gaf trouwens een sterke impuls aan de ontwikkeling van
computers. Deze werden gebruikt voor het helpen ontcijferen van de
geheime code die de Duitsers gebruikten, maar ook om de banen te bereken
van ballistische raketten.
top
De volgende enorme
ontwikkeling in de computergeschiedenis is de komst van de door BELL
TELEPHONE LABORATORIES (o.a. bekend omwille van de uitvinding van de
telefoon) ontwikkelde transistors in 1947. Deze transistors
gingen geleidelijk aan de radiolampen vervangen in de computers. We
spreken dan over de tweede generatie computers.
Een transistor heeft 2 functies. De eerste is die van schakelaar.
De transistor heeft namelijk slechts 2 ‘standen’, aan of uit. Zo kunnen
(programma)gegevens worden opgeslaan en bewerkt door een aantal
transistors aan of uit te zetten (cfr. ponskaarten).
De tweede functie is
die van versterker. Op het moment dat een aantal transistors
wordt samengevoegd ontstaat een circuit dat een ingevoerde hoeveelheid
elektrische stroom kan versterken.
De transistor (zie afbeelding) heeft vele
voordelen. Een transistor is veel kleiner, produceert minder warmte,
heeft een langere levensduur en is minder kwetsbaar dan radiolampen.
Dit maakte dat de transistor uiterst geschikt is voor gebruik in
allerlei elektronische apparaten, dus ook in computers.
Computers werden nu
veel kleiner, sneller, en goedkoper om te produceren.
In 1951 komt de eerste
Amerikaanse computer die puur voor commerciële doeleinden geproduceerd
zou worden: de UNIVAC.
De derde generatie
computers uit de jaren 60 wordt gekenmerkt door het steeds kleiner
worden van onderdelen, terwijl tegelijkertijd een ontwikkeling in de
opslagmedia gaande is.
Door het gebruik van
schijven in plaats van de voorheen toegepaste magneetbanden werd
de opslagcapaciteit vergroot.
De in de tweede
generatie ontwikkelde transistors word en
ondergebracht in geïntegreerde circuits. Zo komt Texas
Instruments als eerste op de proppen met de eerste IC’s (Integrated
Circuits), ook wel chips genoemd. Op zo een chip kan men een
hele schakeling onderbrengen op een stukje silicium.
Zo een schakeling kan
bestaan uit honderden transistors, weerstanden en andere kleine
onderdelen. Maar, net zoals bij de transistor duurt het weer een aantal
jaren voor men de chiptechnologie gaat gebruiken in computers.
Deze derde generatie computers, zijn
weerom sneller, kleiner, betrouwbaarder en goedkoper dan hun
voorgangers. Door de vooruitgang van de miniaturisering wordt het
mogelijk om steeds meer onderdelen op één chip onder te brengen.
Een goed voorbeeld van
de derde generatie computers is het systeem 360 van IBM (zie
afbeelding).
IBM 360
top

Een nieuwe doorbraak
kwam er met de komst van de microprocessor, waarbij de hele
processor op één chip was ondergebracht. INTEL bracht in 1971 haar
éérste microprocessor op de markt: de 4004, een 4 bit microprocessor.
de Altair pc
Het daaropvolgend jaar
komt de eerste microcomputer, zo genoemd omdat hij een microprocessor
bevat. Twee jaar later wordt de 8008 ontwikkeld en in 1975 de INTEL
8080. Deze processor zou het hart gaan vormen van wat velen zien als de
eerste personal computer: de ALTAIR (zie afbeelding).
BILL
GATES en PAUL ALLEN, die in 1975 MICROSOFT oprichtten, kopen de eerste
programmeertaal BASIC af van iemand anders en herwerken die taal voor de
ALTAIR computer. De ALTAIR gaf ook inspiratie voor de APPLE. Daarmee
was de ALTAIR de voorloper van een reeks “gewone” computers, die men
home computers noemde voor hobbyisten.
Bill
Gates
In 1976 richten STEVE
JOBS en STEVE WOZNIAK de APPLE COMPUTER COMPANY op, en in datzelfde jaar
kwam de APPLE 1 op de markt (zie afbeelding van een APPLE computer)
voor slechts 666 US dollar. COMMODORE en RADIO SHACK (beter bekend als
TANDY) brachten het jaar daarop ook home computers op de markt. De
grote bedrijven snapten niet wat al die hobbyisten in hobby
computers zagen.
.

COMMODORE 64
Apple MacIntosh
.
In 1978 komt INTEL met
de fameuze 8088-microprocessor . Deze chip vond zijn plaats in IBM’s
eerste personal computer, en maakte Intel daardoor tot ’s werelds
grootste chipfabrikant.
In 1980 bracht INTEL de
80286 uit en deze chip werd gaandeweg wereldwijd in miljoenen PC’s
gebruikt.
IBM
ontwikkelde in 1981 zijn eerste personal computer onder
impuls van het succes dat APPLE boekte met zijn PC’s. De processor kwam
van INTEL (de 8088, en later de 80286) en het besturingssysteem (PC-DOS)
kwam van MICROSOFT. Deze PC kwam op de markt met als naam XT (Extended
Technology).
Er beginnen van dan af
ook populaire computerprogramma’s op de markt te komen zoals
tekstverwerkers en spreadsheets (zoals LOTUS 123). Daardoor werd de
home computer ook interessant voor zakenmensen. De IBM PC werd een
enorm succes en werd daardoor al gauw als de standaard aanzien. Door
dit succes volgen ook andere bedrijven zoals COMPAQ met een computer die
volledig compatibel is met de IBM PC, de eerste kloon dus. De klonen
konden geen gebruik maken van PC-DOS en daarom ontwikkelde
MICROSOFT het besturingssysteem MS-DOS.
Door de concurrentie
daalden de prijzen van de PC’s drastisch. Maar de ontwikkeling van
nieuwe hardware ging hand in hand met de ontwikkeling van nieuwe
software.
IBM pc
Deze nieuwe
software stelde steeds zwaardere eisen aan de hardware, die daardoor
snel verbeterde, en zo ging die evolutie maar door.
In 1985 verschijnt de AT (Advanced
Technology) van IBM. Deze opvolger van de XT was uitgerust met een
INTEL 80386. Het jaar daarop komt Apple met een nieuw revolutionair
concept: de MacIntosh computer. Voor het eerst werden de 3,5 inch
floppy’s gebruikt i.p.v. de grote 5 inch floppy’s. Vernieuwend was ook
dat deze PC op een grafisch besturingssysteem draaide en aangestuurd
werd door een muis. Pas jaren later kwam er een programma voor de PC
dat dit gebruiksgemak probeerde te benaderen ,Windows van Microsoft,
maar het duurde tot 1993 tot er een goed werkende versie kwam.
In 1987 bracht IBM de PS/2 (Professional
System 2) op de markt met een besturingssysteem van IBM zelf ,OS/2 (Operating
System 2). Alhoewel de PS/2 toen beter was dan de gewone PC’s sloeg hij
niet aan.
Weer zwaardere computers komen er in 1989
met de komst van de 80486 processoren. Er kwamen ook veel goedkope
klonen van deze processor op de markt (o.a. IBM, Cyrix en AMD).
In 1993 worden de
mogelijkheden van de PC aanzienlijk uitgebreid met de komst van de PCI
bus, ter vervanging van de ISA bus (zie verder).
Het jaar daarop worden PC’s nog eens sneller met de komst van
de Pentium chip van INTEL. De eerste modellen draaien op 60 MHz, maar
dit wordt al gauw verbeterd en slechts een jaar later heeft men al de
Pentium Pro 200 MHz. Ook in 1994 brengt Apple de PowerPC op de markt,
die zowel als Macintosh als PC kan functioneren.
In 1995 komt Microsoft
met een nieuwe versie van Windows, het
Intel Pentium
lang
verwachte Windows 95.
Tegenover de vorige
versie van Windows is deze versie revolutionair, maar eigenlijk is het
gewoon een inhaalmanoeuvre om het gebruiksgemak van de Apple’s te
evenaren.
Vanaf 1996 krijgen we
het nieuwe AGP slot om snellere grafische kaarten te kunnen gebruiken
(zie verder). Nog een nieuwe ontwikkeling is USB (Universal Serial
Bus). Via deze aansluiting kunnen tientallen verschillende apparaten
aangesloten worden, met het voordeel dat alles plug & play is (PnP).
Begin 1998 komt dan de
Pentium II die een combinatie is van de Pentium Pro en de Pentium MMX,
en kloksnelheden haalt van maar liefst 450 MHz. Dat jaar komt AMD, de
grote concurrent van INTEL met de K6 3D-Now!, die zeer populair wordt
voor wie veel met spelletjes speelt.
Intussen heeft APPLE
niet stilgezeten en brengt de iMac uit, die volgens een geheel nieuw
concept werkt, en een heel eigen design heeft. De iMac werd een succes,
en zo kon APPLE van de ondergang gered worden. Er zijn reeds meerdere
modellen in deze reeks verschenen, zoals de Yosemite op de afbeelding.
Momenteel is de PENTIUM
4 de meest courante chip, meer hierover in het hoofdstuk over de
processoren.
Apple computer (model
Yosemite)
top
Schema
In het onderstaand
schema vind je een overzicht van de evolutie van een aantal componenten.
Dit schema is een vereenvoudigde weergave van de realiteit en mag dus
niet strikt geïnterpreteerd worden. Probeer ook de verbanden tussen de
verschillende evoluties te herkennen.
|
|
begin
90
|
midden
90
|
einde
90
|
2000
|
2001 |
2002
|
|
Chip
|
80286,
80386,
|
80486
|
80586=
P1, P2
|
PIII
Athon |
PIV
Athon
|
|
klokfreq
|
|
75MHz,
300MHz
|
400MHz
|
500MHz
|
1 Ghz
|
2GHz |
|
RAM
|
4MB
|
8MB
|
16- 32 MB
|
64-128 MB
|
256 MB
|
500MB
|
|
type RAM
|
Fast-Page (FP) |
FP + EDO RAM + SDRAM |
DDR-RAM
|
|
Harde schijf
|
30 MB
|
100 MB
|
500 MB- 1 GB
|
10GB
|
40 GB
|
40-80 GB |
|
opslag
|
floppy 5 inch
|
floppy 3 inch
zip, jazz |
CD-RW
zip |
CD-RW
zip |
DVD-R
|
|
besturings-software
|
DOS, Win 3.11
|
Win95
Win NT |
Win 98
Win NT 4.0 |
Win Me
Windows 2000
|
Win XP |
|
toepassings-software
|
|
Office 95
|
Office 97
|
office 2000
|
Office XP |
 
top
|